William Harvey

William Harvey

Volgens William Harvey werd het bloed niet opgebruikt, maar circuleerde het steeds opnieuw

William Harvey 1578-1657

Johannes Kepler voerde de astronomie de moderne tijd in door het werk van Nicolaus Copernicus – die op zijn beurt Ptolemaeus bestreed – te ‘voltooien’, en William Harvey was zijn equivalent op anatomisch gebied. Wat Galenus was begonnen en Vesalius in twijfel had getrokken, zette Harvey voort met wellicht de belangrijkste theorie aller tijden op zijn terrein van de biologie. Hij postuleerde en bewees overtuigend dat het bloed door het lichaam circuleert via het hart – dat zelf weinig meer is dan een biologische pomp.

Een nieuwe theorie

Galenus meende dat het bloed in de lever werd gemaakt van voedsel, dat als een soort brandstof fungeerde die door het lichaam werd opgebruikt, waardoor er nieuw voedsel nodig was om voor een constante voorraad te zorgen. Vesalius, die wel vele verbeteringen aanbracht op het werk van Galenus, voegde hier weinig aan toe. En zo was het de Engelsman William Harvey, lijfarts van Jacobus I en later Karel I van Engeland, die met een theorie over de bloedsomloop kwam, die hij bewees door veelvuldig herhaalde experimenten op de koninklijke veestapel. In eerste instantie meende hij dat het hart eenvoudigweg niet de hoeveelheden bloed kon produceren die nodig waren voor de theorie van Galenus. Het scheen Harvey dat het enige plausibele alternatief was dat het bloed niet werd opgebruikt, maar steeds opnieuw door het lichaam circuleerde. Uit ontledingen bleek dat de slagaders het bloed van het hart naar de uiteinden van het lichaam voerden, wat mogelijk was door het pompen van het hart. De aders, met hun kleppen, brachten het bloed terug naar het hart. Zo was de algemeen aanvaarde verklaring door Galenus van de manier waarop het lichaam functioneerde, verworpen. Harvey publiceerde zijn bevindingen in de 720 bladzijden dikke Exercitatio anatomica de motu cordis et sanguinis in animalibus ofwel Anatomische uiteenzetting over de beweging van het hart en het bloed bij dieren op de Frankfurtse boekenbeurs van 1628. Al sinds 1616 echter had hij college gegeven over zijn theorie over de bloedsomloop, maar hij was bang dat er fel verzet zou rijzen omdat hij lijnrecht inging tegen Galenus’ ideeën.

Verschillende opvattingen

En terecht. Hoewel hij eerst steun ondervond van enkele academici, reageerde een even groot aantal furieus en bespotte zijn ideeën. Een van de zwakke punten van Harveys theorie, wat hij zelf erkende maar niet had kunnen oplossen, was dat hij geen bevredigende verklaring kon geven hoe het bloed van de slagaders naar de aders ging. Hij stelde voor dat dit ging via vaten die te klein waren voor het menselijk oog, wat kort na zijn dood werd bevestigd met de ontdekking van de haarvaten door Marcello Malpighi, met behulp van de net uitgevonden microscoop. Harvey had die luxe helaas niet gekend en raakte zelfs patiënten kwijt vanwege de kritiek die hij ondervond. Aan het eind van zijn leven echter had hij de meeste tegenwerpingen overtuigend beantwoord en werden zijn conclusies meer en meer aanvaard, zelfs nog voor Malpighi met het bewijs kwam.

Voortplanting

In 1651 publiceerde Harvey nog een opmerkelijk boek, deze keer op het terrein van de voortplanting. In Exercitationes de generatione animalium ofwel Verhandelingen over de voortplanting van dieren speculeerde hij dat de theorie van `generatio spontanea’ bij dieren, die tot dan toe opgeld had gedaan, onjuist was. Hij stelde voor dat de enige plausibele verklaring was dat vrouwelijke zoogdieren eieren droegen die op de een of andere manier tot voortplanting werden aangezet door interactie met het mannelijk zaad. Zijn idee van het ei als wortel van alle leven was overtuigend en werd lang voordat het zo’n twee eeuwen later wetenschappelijk werd bewezen, in brede kring aanvaard.

Een moderne methodologie

Het belang van Harvey ligt niet alleen in zijn ontdekkingen, maar ook in zijn methodologie. Zoals William Gilbert voor de natuurkunde en Francis Bacon voor alle aspecten van het leven, was Harvey de eerste die een rationele, moderne, wetenschappelijke benadering van de biologie hanteerde, waarmee hij de kiem legde voor een methodologie die ook in de huidige tijd aanvaardbaar is. Hij zette de vooroordelen van zijn voorgangers opzij en trok alleen conclusies op basis van het resultaat van experimenten die hij eindeloos kon herhalen. Dankzij het succes van Harvey won dit model snel aan populariteit, en het wordt nog steeds toegepast.

1609 Harvey aangesteld als arts bij St Bartholomew’s Hospita’, Londen. 1618 Lijfarts van Jacobus I. 1628 Publiceert Exercitatio anatomica de motu sanguinis. 1651 Publiceert Exercitationes de generatione animalium. 1661 Malpighi bewijst met zijn microscoop Harveys veronderstellingen betreffende anastomosen.

Author: Y Comak