Inleiding

100 wetenschappers die de wereld hebben veranderd

De mens van vandaag wordt geconfronteerd met de producten van de natuurwetenschap: de televisie, de verbrandingsmotor, het vliegtuig en de computer, om er maar een paar te noemen. Deze consumptiegoederen vormen echter maar één aspect van wat de wetenschap kan doen voor de mensheid. Maar al te vaak bijvoorbeeld wordt de geneeskunde over het hoofd gezien ten gunste van ‘spectaculairdere’ onderzoeksterreinen, zoals astrofysica of de raketwetenschap.

Nog in de 20ste eeuw was het heel normaal wanneer mensen overleden aan een ziekte. Miljoenen stierven aan pokken en polio, tot Edward Jenner de simpele, maar hoogst belangrijke ontdekking deed dat een melkmeisje dat door koepokken was geïnfecteerd, immuun was voor gewone pokken, en tot Jonas Salk het poliovaccin ontwikkelde. Dat beide ziekten in bepaalde delen van de wereld dood en verderf zaaien, is niet te wijten aan de wetenschap, maar komt door de weigering van enkele rijke landen om hun verworvenheden te delen met de armere landen. De wetenschap heeft ook minder aangename producten voortgebracht: de tank, het machinegeweer en de atoombom. Niettemin boekt de wetenschap resultaten en dat is wat haar onderscheidt van bijgeloof, hekserij en religie, hoe twijfelachtig die resultaten in moreel opzicht soms mogen zijn.

Misschien belangrijker dan de producten die de wetenschap voortbrengt, is de wetenschappelijke methode zelf, die gaat van empirische waarneming tot theorie, en dan weer naar aanpassing van de theorie in het licht van nieuwe bevindingen. Misschien bidden we nog om regen, maar we kennen de fysieke oorzaak ervan en kunnen regen voorspellen. We schrijven regen niet langer toe aan de handelingen van een onbekende god, noch offeren we onze eerstgeborene in de hoop op een gunstig gevolg. Deze methode staat in contrast met het vroegere geloof in autoriteit, dat inhield dat een bewering niet waar was op grond van de feiten, maar op basis van wie de bewering uitte.

De wetenschappers in dit site verwierpen dit autoriteitsbeginsel en observeerden de wereld om zich heen. Zij stelden theorieën op om die wereld te verklaren en pasten deze theorieën weer aan na nieuwe waarnemingen. De reis van de duisternis van het bijgeloof naar het licht van de rede verliep niet altijd eenvoudig. Toen Vesalius het waagde om de theorie van Galenus tegen te spreken, werd hij uitgemaakt voor leugenaar en waanzinnige; de beweringen van de gebroeders Montgolfier werden met grote scepsis ontvangen. Galileo Galilei en Copernicus wisten, anders dan Giordano Bruno, maar net de brandstapel te ontlopen toen zij pleitten voor een heliocentrische theorie van het zonnestelsel, in tegenspraak met het dogma van de Kerk. De mannen en vrouwen in dit boek hebben, om Bertrand Russell te citeren, ‘gestraald met de middaggloed van de menselijke genialiteit’. Tot hoe ver hun bevindingen ons nog zullen leiden en hoeveel vooruitgang de natuurwetenschap nog zal boeken, laten we over aan de volgende generatie wetenschappers die de wereld zullen veranderen.