Sigmund Freud

‘Droomduiding is de koninklijke weg naar de onbewuste activiteiten van de geest’

Sigmund Freud 1856-1939

Sigmund Freud heeft tot op de dag van vandaag veel invloed op de wetenschap. Toch zijn de methoden van de man die de wereld veranderde op zijn best onwetenschappelijk en op zijn slechtst simplistisch, vinden sommige critici. Psychologen en psychiaters na hem hebben veel van zijn bevindingen bijgesteld, maar toch werkt de invloed van de Oostenrijker nog steeds door. Of zijn ‘wetenschappelijke’ inzichten nu kloppen of niet, Sigmund Freud blijft het ijkpunt voor mensen uit het vak en de man met wie ze moeten concurreren.

Studie medicijnen

Freuds entree in de wetenschappen was minder controversieel. Hij begon in 1873 een studie medicijnen aan de Universiteit van Wenen en werkte sinds 1882 in een ziekenhuis in dezelfde stad. Zijn samenwerking met de Franse neuroloog Jean-Martin Charcot (1825-1893), in Parijs vanaf 1885, zette hem op het spoor dat hij de rest van zijn loopbaan zou volgen. Hij werkte met patiënten die aan hysterie leden en begon de oorzaak van hun gedrag te analyseren. Aanvullend onderzoek dat hij aan het begin van de jaren negentig met Josef Breuer in Wenen uitvoerde, legde de basis voor al zijn toekomstige werk en mondde uit in de publicatie van Studies over hysterie in 1895.

De ‘vrije associate’

De kern van Freuds ideeën was, in overeenstemming met de toen geldende inzichten, dat geestesziekte eerder psychologische dan fysieke oorzaken had. Als men dit uitgangspunt aanvaardt, is het een logische stap naar de introductie van het concept `psychoanalyse’ om de oorzaak van geestelijke stoornissen en, uiteindelijk, de werking van de geest te kunnen verklaren. Hij ontwikkelde daarvoor een nieuwe methode: ‘vrije associatie’. In plaats van mensen, zoals gebruikelijk, te hypnotiseren, introduceerde Freud een methode waarbij patiënten de gedachten die in hun bewustzijn naar boven kwamen, uitspraken zonder erover na te denken of ze eerst te analyseren.

Droomduiding

Op deze manier dacht Freud het ‘onbewuste’ van een patiënt te kunnen leren kennen, met name door de ‘verdrongen’ gedachten en gevoelens (vaak gerelateerd aan negatieve ervaringen uit het verleden) die het ‘bewuste’ wil negeren. Freud vond dat een patiënt moest begrijpen wat zijn verdrongen verlangens zijn, als onderdeel van de therapie en de uiteindelijke genezing van zijn geestelijke stoornis. Hij geloofde ook dat dromen belangrijk inzicht verschaffen in de verdrongen gedachten uit het onbewuste. Zijn belangrijkste werk – waarin zijn revolutionaire aanpak zich ten volle ontplooit – heet dan ook De droomduiding, uit 1899. Hoewel veel critici Freuds ideeën boeiend vonden, meestal zonder het ermee eens te zijn, veroorzaakte hij in 1905 een groot schandaal met zijn Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit. Een van zijn conclusies was dat het meeste neurotische gedrag voortkomt uit onderdrukte seksuele impulsen en, het schokkendst, dat dit al begint in de kindertijd. In dit werk introduceerde hij het nu alom bekende Oedipuscomplex: elk kind zou een fase doormaken waarin het verlangt naar de ouder van het andere geslacht en vijandig staat tegenover de ouder van hetzelfde geslacht. Deze fase, stelt Freud nogal speculatief, zouden alle kinderen doormaken. Geleidelijk echter kregen Freuds analyses meer geloofwaardigheid, hoewel niet voor iedereen, en in de jaren twintig van de vorige eeuw waren ze wereldwijd gemeengoed geworden. Hij schreef een omvangrijk oeuvre, waaronder Het Ik en het Es uit 1923. Freud herformuleerde het ‘onbewuste’ adequaat als het ‘Es; een wirwar van instincten en emoties die men bij zijn geboorte meekrijgt. Die instincten worden door het Ik in overeenstemming gebracht met de eisen van de buitenwereld en de ouders, ofwel het Boven-Ik.’

Freud is de naam, Freudiaan is het beroep

Freuds erfenis bestaat vooral, of voornamelijk, uit het taalgebruik dat hij ons tot in de huidige tijd heeft opgelegd. Tot de termen die hij introduceerde of waarvan hij de betekenis voorgoed veranderde, behoren: psychoanalyse, vrije associatie, het IK of Ego, neurosen, verdringing, het Oedipuscomplex en, natuurlijk, de Freudiaanse vergissing. De gestructureerde, systematische aanpak van dit moeilijk ‘meetbare’ onderzoeksgebied, heeft zeker grote invloed gehad op zijn opvolgers in het vak.

1886 Freud begint een privé-kliniek in Wenen. 1895 Publicatie van Studies over hysterie. 1896 Hij bedenkt de term psychoanalyse.
1899 Publicatie van De droomduiding. 1905 Publicatie van Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit. 1923 Publicatie van Het Ik en het Es.