Rosalind Franklin

Rosalind Franklin was de miskende hoofdspeler van de genetica

Rosalind Franklin 1920-1958

Weinig verhalen in de geschiedenis van de wetenschap zijn zo fascinerend als dat van de wedren om de structuur van DNA te ontrafelen. De sleutel tot het begrip van desoxyribonucleïnezuur, dat mede de informatiedragende chromosomen vormt, was de sleutel tot het begrip van het leven zelf. Het team dat de wedstrijd uiteindelijk won, bestond uit James Dewey Watson (geboren 1928) en Francis Harry Compton Crick (geboren 1916) uit Cambridge, ‘stiekem’ geholpen door uitgelekte informatie van Maurice Hugh Frederick Wilkins (geboren 1916) van de Universiteit van Londen. De baanbrekende gegevens die Wilkins aan Watson had getoond, waren het resultaat van het werk van zijn collega Rosalind Franklin, die zo haar plaats in de geschiedenisboeken misliep. Franklin was in 1941 afgestudeerd in de scheikunde in Cambridge en had voordat ze in 1951 ging werken aan King’s College al enkele bijdragen geleverd aan het begrip van de structuur van grafiet en andere koolstofsamenstellingen. Ook had ze voor de British Coal Research Association onderzoek verricht naar de absorberende eigenschappen van steenkool.

Een vrouwenvriendelijke plek

Het was voor vrouwen in Groot-Brittannië in het begin van de jaren vijftig van de 20ste eeuw, toen de DNA-wedstrijd in volle gang was, echter niet eenvoudig om hun plaatsje te bevechten. De voorafgaande halve eeuw was er ontegenzeglijk verbetering geboekt in de strijd om gelijkheid der seksen, maar de aloude gewoonten hadden nog steeds de overhand. In zo’n potentieel vrouwvijandige omgeving was het dus niet verwonderlijk dat Franklin op zichzelf wilde werken. Verder was het duidelijk dat zij en haar collega Wilkins, die beiden aan King’s College werkten aan het DNA-vraagstuk onder leiding van John Turton Randall (1905-1984), niet met elkaar overweg konden. Hun gebrek aan samenwerking stond in schrille tegenstelling tot het teamwerk van Watson en Crick in Cambridge, dat uiteindelijk succes zou blijken te hebben.

Een eenzame pionier

Franklin probeerde dus in haar eentje de structuur van DNA te ontrafelen. Al snel boekte ze grote progressie. De band tussen DNA en de fundamentele rol die het speelde bij het doorgeven van erfelijke informatie, was al nagenoeg vastgesteld. Franklin bouwde, net als Watson en Crick, voort op die kennis, en ook op die van een aantal andere onderzoekers die hun bevindingen hadden aangeboden De volgende stap voor het begrijpen van DNA lag in het doorgronden van de structuur, zo stelden beide partijen onafhankelijk van elkaar vast. Hier was Franklin in het voordeel. Zij was een expert in het gebruik van röntgendiffractie technieken, een methode waarmee foto’s van atomen in kristallen werden gemaakt en die pas kort werd toegepast op biologische moleculen. Franklin begon op deze manier DNA te onderzoeken. Dit resulteerde in twee belangrijke ontdekkingen. Ten eerste besefte ze dat de ‘ruggengraat’ van het molecuul aan de buitenkant zat, wat Watson en Crick eerst over het hoofd hadden gezien, en dat hij essentieel was voor het uiteindelijke begrip van de structuur. Ten tweede had Franklin tegen 1952 bijzonder duidelijke foto’s van de moleculen genomen, de beste die er in die tijd waren, die wezen op een helixstructuur, als een spiraal. Watson en Crick zouden het uiteindelijk over een ‘dubbele helix’ hebben. Terwijl Franklin nadacht over de implicaties van deze ontdekkingen, kwamen ze in het Cambridgekamp terecht. Franklins collega Wilkins had toegang tot haar foto’s en liet ze aan Watson zien. Watson herkende onmiddellijk het bewijs voor een helixstructuur, het essentiële stukje van de puzzel die hij en Crick bijeen hadden proberen te krijgen. Korte tijd later kwamen ze met de revolutionaire mededeling dat ze de structuur van DNA hadden ontrafeld.

Prestatie niet op waarde geschat

Hoewel Franklin al een gevestigd scheikundige was voor ze met Randall ging werken, heeft de geringe aandacht die Watson in zijn boek aan haar besteedt, ertoe geleid dat men aan haar rol bij de ontdekking van de dubbele helix is voorbijgegaan. Korte tijd later overleed ze op pas 37-jarige leeftijd aan kanker. Watson, Crick en Wilkins ontvingen in 1962 de Nobelprijs voor geneeskunde voor hun ontdekking. Zelfs als het Nobelprijscomité van plan was geweest om Franklin mee te laten delen in de eer, had dat niet gekund: het staat in de reglementen van de prijs dat hij niet postuum kan worden toegekend.

1951 Franklin werkt als assistente van John Randall aan King’s College, Cambridge, samen met Maurice Wilkins. 1952 Beschrijft de basische helixstructuur van DNA. 1953 Haar werk wordt gebruikt in de verhandeling van Watson en Crick waarmee die de Nobelprijs winnen. 1958 Overlijdt in Londen aan kanker.