RICHARD OWEN ONTDEKTE DAT ER DINOSAURIËRS IN DE AARDE BEGRAVEN LAGEN

Richard Owen bevestigde dat er in de aarde reptielen begraven lagen die allang waren uitgestorven. Hij noemde ze dinosauriërs. En bedacht zo een nieuwe naam voor een groep reptielen.

Richard Owen 1830

Op 23 jarige leeftijd werd Richard Owen verantwoordelijk voor het identificeren en catalogiseren van de collectie van de overleden William Hunter. Het was een enorme, vreemde verzameling van meer dan 13.000 dode dieren en dierenresten. Owen pakte het op zijn eigen manier aan. Halverwege de 19e eeuw stond hij bekend als de man die je moest hebben als je een bijzonder fossiel of bot had opgegraven. Owen was gefascineerd door zijn werk en heel goed in het herkennen van dieren op basis van slechts een klein stukje van hun skelet. Hij bestudeerde de vondsten met een krachtige nieuwe microscoop. Door de slijtage van de dierentanden te bestuderen, stelde hij vast of het planten of vleeseters waren geweest. In de winter van 1841 bereikte Owen het nieuws van een ongebruikelijke vondst.

Owen ging naar London om fossielen te bekijken en herkende ze meteen. En in een flits herinnerde hij zich de Megalosaurus die hij Oxford had gezien. Want de botten in zijn ruggengraat zaten op dezelfde manier aan elkaar vast. Koortsachtig werkt Owen in zijn werkkamer en hij ontdekte dat de lijven en poten van deze wezens een enorm gewicht konden dragen. De kleine hagedissen van zijn tijd gleden op hun buik met hun poten naar de zijkant gericht. Deze fossiele dieren waren anders! Vervolgens groepeerde Owen zijn vondsten. En realiseerde zich dat het landreptielen waren. Die inmiddels uitgestorven waren. Hij noemde ze dinosauriërs. Als leerling van een chirurg nam Owen ooit het lichaam van een overleden gevangene mee naar huis om het te bestuderen. Een paar jaar later nam hij een deel van een stinkende dode olifant mee. Zijn ontdekkingen zorgden voor grote sensatie en maakte hem ook wereldberoemd.

Terug naar HOME

Wikipedia kan je alles vertellen over Richard Owen.