Planetoïden

Planetoïden

We kennen slechts 26 Planetoïden die meer dan 200 km breed zijn. Er zijn echter honderdduizenden Planetoïden van 1 km en miljoenen exemplaren die nog kleiner zijn.

In het binnenste deel van het zonnestelsel slingeren miljoenen rotsblokken rond. De meeste van hen in een gordel tussen de banen van Mars en Jupiter in. Ze variëren in grootte van kiezelstenen tot joekels van honderden kilometers breed.

Planetoïden zijn de overblijfselen van de wolk van puin waaruit de planeten zijn ontstaan. Het grootste deel van het puin in het binnenste van het zonnestelsel is samengeklonterd tot onze steenachtige planeten. Maar de stenen in de buurt van Jupiter werden door de zwaartekracht van de reusachtige planeet uit elkaar gehouden. De Planetoïdengordel is wat er vandaag de dag van dat puin is overgebleven. De Planetoïden volgen hun eigen banen rond de zon en ze draaien rond hun as, net als de planeten. Ze worden ook wel kleine planeten genoemd. En de grootste Planetoïde ‘Ceres’ wordt beschouwd als een dwergplaneet. Planetoïden botsen af en toe tegen elkaar, waardoor kraters of zelfs breuken ontstaan.

De meeste planetoïden bevinden zich in een donutvormige gordel tussen de banen van Mars en Jupiter, maar er zijn ook planetoïden die tussen de binnenste planeten liggen en grote groepen planetoïden die in dezelfde baan als Jupiter bewegen en die bekendstaan als ‘Trojanen’. De gordel ziet er op illustraties vaak overvol uit, maar in werkelijkheid liggen de planetoïden zo ver uit elkaar dat de passagiers van een ruimteschip dat door de gordel vliegt er waarschijnlijk niet één zouden zien. De totale massa van alle planetoïden in de gordel is slechts 4 procent van de massa van de maan.

Author: Y Comak