NIMFEN

Nimfen waren een soort natuurgodinnen. Goddelijke wezens met de gedaante van bekoorlijke jonge vrouwen.

\Die in de vrij natuur huisden en die vaak waren verbonden aan bepaalde plaatsen of objecten in de natuur. Zoals rivieren, bronnen, rotsen, bergen, bossen en bomen. De meeste nimfen waren goedgunstig en konden de mensheid vruchtbaarheid en voorspoed schenken, maar ze dienden met enige voorzichtigheid te worden bejegend. Nimfen konden mensen verleiden en hen met waanzin slaan of het water van hun bron of rivier insleuren, wat de verdrinkingsdood tot gevolg had. Vele nimfen waren dochters van de oppergod Zeus. Goden als Pan, Dionysus en Artemis hadden vaak nimfen in hun gevolg.

Er bestonden verschillende hoofdgroepen nimfen. De dryaden waren boomnimfen, die bij bomen hoorden. De leden van een ondersoort, de hamadryaden, bewoonden specifieke bomen en stierven tegelijk met hun boom. De Melische nimfen waren de nimfen van de essen. Ze waren ontsproten uit de bloeddruppels die op de aarde vielen bij de ontmanning van Uranus. De oreaden waren bergnimfen, de najaden bron en riviernimfen. De nereïden waren zeenimfen. Zij waren zoals hun naam al gaf dochter van de oude zeegod Nereus, die de toekomst kon voorspellen en met groot gemak van gedaante kon veranderen. Een bekende nereïd was de bekoorlijke Thetis, die op de Olympus opgroeide, trouwde met de sterveling Peleus en de moeder werd van de grote held Achilles. De oceaniden waren de drieduizend dochters van de titanen Oceanus en Tethys. Tot hen behoorden Doris, de echtgenote van Neris en de moeder van de nereïden, Amphitrite, de echtgenote van de grote zeegod Poseidon en Calypso die de held Odysseus tijdens zijn moeizame thuisreis zeven jaar bij zich hield op haar eiland Ogygia. Volgens de dichter Homerus was Calypso echter verwerkt door de titaan Atlas.

Author: Y Comak