Menu +

Nicolaas Copernicus

Nicolaas Copernicus gebruikte de kerk letterlijk door de sterren vanaf een klokkentoren waar te nemen

Nicolaas Copernicus 1473-1543

Het idee dat de planeten rond de zon draaien, en niet rond de aarde, heeft een ongelooflijke uitwerking gehad op de astronomie en de natuurwetenschap in het algemeen, maar vormde vooral een aantasting van de religie. Dat de aarde, bewoond door menselijke wezens geschapen naar Gods evenbeeld, het centrum van de kosmos was, waar alles omheen draaide, paste goed bij de interpretatie door de Kerk van het heelal en de positie van de mens daarin. Dit concept ging terug tot Aristoteles, werd door waarnemingen bekrachtigd door Ptolemaeus en geautoriseerd door het christelijke geloof. Nog tot bijna drie eeuwen na de publicatie van het werk waarin het werd voorgesteld, was de katholieke Kerk gekant tegen het heliocentrische model. To was de auteur, Nicolaus Copernicus, ironisch genoeg zelf een geestelijke.

Een man van het geloof

Juist vanwege zijn geloof twijfelde Nicolaas Copernicus aan het algemeen aanvaarde geocentrische model van Ptolemaeus. Waarom zou God een enorm gecompliceerd systeem van vereffeningspunten, epicyckels en excentrische beweging scheppen, wanneer het veel eenvoudiger, logischer en eleganter was wanneer de planeten om de zon been draaiden? Vele jaren tijdens zijn studie in kraków en later Italië dacht Copernicus na over deze theorie. Toen hij terugkeerde naar Polen om kanunnik te worden van de kathedraal in Frauenburg, ontwikkelde hij deze theorie verder. Hij gebruikte de Kerk zelfs zeer letterlijk bij zijn onderzoek door vanaf een toren van de kathedraal rustig in zijn eentje de sterren waar te nemen.

De aarde draait om de zon

Langzamerhand raakte Copernicus er steeds meer van overtuigd dat een vaste zon het middelpunt was van de beweging der planeten, waarbij de aarde in één jaar rond de zon draaide. Tussen 1510 en 1514 stelde hij zijn Commentariolus op, de eerste uiteenzetting van zijn theorie. Terwille van de geloofwaardigheid was de aarde ook niet gefixeerd op haar positie, maar draaide ze eens in de vierentwintig uur om haar as. Dit verklaarde levens de ogenschijnlijke beweging van de sterren en de zon aan de hemel. Wellicht vanwege zijn positie binnen de Kerk, die zich ertegen zou verzetten, of misschien omdat hij een perfectionist was en besefte dat zijn ideeën nog niet ten volle ontwikkeld waren, wilde Copernicus de Commentariolus niet publiceren, maar liet hij het geschrift rondgaan onder vrienden.

Verzet van de kerk

Nicolaas Copernicus werkte nog twintig jaar door aan zijn ideeën. Zijn werk was tegen 1530 grotendeels voltooid, maar Copernicus weerstond de smeekbeden van zijn vrienden om het te publiceren. De verhalen over de theorieën van Copernicus verspreidden zich als snel over Europa en men neemt aan dat de paus zelf er ook weet van had, maar zich in eerste instantie niet verzette tegen het idee van een heliocentrisch heelal. Pas in 1616 plaatste de Kerk de uiteindelijk gepubliceerde tekst van Copernicus op de lijst van verboden boeken vanwege de ‘godslasterlijke’ inhoud. Deze sanctie bleef gehandhaafd tot 1835, lang nadat het ‘systeem van Copernicus’ door vrijwel iedereen algemeen aanvaard was.

Een kritische ontvangst

Over de omwentelingen der hemellichamen werd uiteindelijk gepubliceerd in 1543. Hoe krachtig en revolutionair de theorieën van Copernicus echter ook waren, toch werd het werk door de meeste academici verworpen. Dit kwam deels doordat de auteur de eenvoud van zijn oorspronkelijke ideeën ondermijnde door vast te houden aan het aristotelische geloof dat de planeten zich bewogen in volmaakte cirkels. Aangezien dit niet het geval is, was Copernicus gedwongen om zijn eigen systeem van epicykels en andere complexe bewegingen in te voeren. Zo werd zijn theorie net zo gecompliceerd als de geocentrische die hij juist had verworpen vanwege het gebrek aan eenvoud. Pas toen Johannes Kepler in 1609 stelde dat de planeten een elliptische baan beschreven, was de eenvoud bereikt die Copernicus had gezocht en kon de rest van zijn model bekrachtigd worden.

Een man van tegenstellingen

Copernicus werd opgevoed door zijn oom Lucas, de bisschop van Ermeland, en studeerde in 1503 af in kerkelijk recht aan de Universiteit van Ferrara. Hij was toen al een kanunnik in Frauenburg. Zijn hele leven lang heeft Copernicus geworsteld om zijn wiskundige inzichten in overeenstemming te brengen met zijn geloof. Een van de belangrijkste redenen waarom hij zijn werk zo lang niet wilde publiceren, was zijn angst om de Bijbel tegen te spreken.

1491 Copernicus gaat studeren in Kraków. 1510-1514 De revolutionaire Commentariolus circuleert. 1543 De revolutionibus orbium coelestium (Over de omwentelingen der hemellichamen), zijn hoofdwerk, gepubliceerd terwijl hij op zijn sterfbed ligt, maar wordt door de katholieke Kerk op de Index gezet, tot 1835.