Menu +

Marie Curie

Tot op heden zijn de notitieboekjes van Marie Curie te radioactief om aan te pakken

Marie Curie 1867-1934

Los van wat ze heeft bereikt, is Marie Curie ook belangrijk in de geschiedenis van de wetenschap omdat ze een pioniersrol vervulde voor andere vrouwen die na haar dat terrein zouden betreden. Ze was zonder meer de eerste wereldwijd bekende en breed geaccepteerde vrouwelijke wetenschapper en baande zo een pad voor haar seksegenoten. Haar wetenschappelijke ontdekkingen waren belangrijk voor het begrijpen van het nieuwe fenomeen radioactiviteit. Dit heeft zich geuit in het feit dat ze niet een, maar twee keer de Nobelprijs kreeg. Het merendeel van haar wetenschappelijke werk deed Curie in Frankrijk, waar ze sinds 1891 de meeste tijd doorbracht. Haar vaderland was echter Polen, waar ze werd geboren onder de naam Marja Sklodowska. Ondanks het feit dat haar ouders leraar waren, groeide ze op in relatieve armoede. Bovendien moest ze naar Parijs verhuizen om natuurkunde te studeren, een studie die vrouwen in haar vaderland toen niet konden volgen. Ze studeerde af en kort daarna ontmoette ze haar toekomstige echtgenoot, Pierre Curie (1859-1906), aan de Sorbonne, waar ze studeerde en werkte. Hij was een bekend natuurkundige en het was dan ook geen verrassing dat de twee in 1895 begonnen samen te werken, niet lang na hun huwelijk.

In de voetsporen van Becquerel

De impuls voor de latere successen van het stel kwam in eerste instantie van Maries zoektocht naar een onderwerp waarop ze kon promoveren. Aangemoedigd door Pierre besloot ze verder onderzoek te gaan doen naar de spannende, nieuwe ontdekking radioactiviteit, gedaan door Henri Becquerel (1852-1908) in 1896. Curies onderzoek naar de reikwijdte en betekenis van het fenomeen had snel resultaat. Becquerel had bewezen dat uranium radioactief was. Curie, die wilde weten welke andere elementen dat ook waren, ontdekte al snel dat thorium ook radioactief was. Ze ging verder en bewees dat radioactiviteit een intrinsieke eigenschap was van de atomen van sommige elementen – bijvoorbeeld van uranium – en niet werd veroorzaakt van buitenaf. Haar volgende succes was de ontdekking van twee nieuwe elementen in 1898, dankzij haar onderzoek, die ze polonium en radium noemde, beide uiterst radioactief, vooral het laatste. Ze had die elementen gevonden nadat ze had ontdekt dat uraniumerts een hogere straling gaf dan zuiver uranium, waaruit ze terecht concludeerde dat het erts andere, verborgen radioactieve elementen moest bevatten. Na deze ontdekkingen probeerde Curie genoeg hoeveelheden van de nieuwe stof te verwerven om de eigenschappen ervan te kunnen bestuderen. Helaas was vooral radium maar zo schaars aanwezig in uraniumerts, dat ze zich, samen met haar man, jarenlang door tonnen ervan heen moest werken voor eentiende gram, die ze in 1902 bij elkaar had. Hieruit kon ze in ieder geval wel het atoomgewicht van het nieuwe element vaststellen en de eigenschappen ervan afdoende beschrijven.

Een onbeantwoorde vraag

Er was echter een vraag die de Curies nooit helmaal konden doorgronden. Wat voor straling gaven deze elementen af? Ernest Rutherford (1871-1937) kreeg alle eer voor het antwoord op deze vraag met zijn uitleg over alfa- ‘bèta-‘ en, later, `gamma-‘stralen, maar Marie had al gezien dat straling bestond uit ten minste twee typen stralen met hun eigen afzonderlijke eigenschappen. Tragischerwijze stierf Marie Curie uiteindelijk aan leukemie, die zou zijn veroorzaakt door de vele straling waaraan ze is blootgesteld. Toen zij met radioactieve elementen werkte, waren de risico’s van hun straling nog niet bekend en er werden dus geen voorzorgsmaatregelen genomen. Zelf nu nog zijn haar aantekenboekjes uit die periode te gevaarlijk om te bestuderen.

Het erfgoed van Marie Curie

Marie Curie zou uiteindelijk de voormalige leerstoel van haar man, professor in de natuurkunde aan de Sorbonne, verwerven en werd daar meteen de eerste vrouwelijke hoogleraar. Ze slaagde er onder meer in om een onderzoekslaboratorium voor radioactiviteit op te richten in 1912. Dit laboratorium werd wereldberoemd vanwege zijn bijdrage aan de natuurkunde. Deze kwam voor een groot deel tot stand dankzij een gift die de Verenigde Staten in 1921 aan Curie deden: een gram van het zeldzame radium. Ze kreeg haar tweede Nobelprijs in 1911 (haar eerste was voor haar en Pierre samen in 1903), nu voor scheikunde, ter bekroning van haar ontdekking van polonium en radium.

1893 Curie studeert af in natuurkunde aan de Sorbonne, als beste van haar jaar • 1898 Ontdekt de elementen polonium en radium. 1903 Krijgt de Nobelprijs voor natuurkunde (samen met haar man Pierre Curie en Henry
Becquerel). 1910 Publicatie Over radioactiviteit. 1911 Krijgt de Nobelprijs voor scheikunde.

1903 Nobelprijs voor natuurkunde: Pierre Curie & Marie Curie “Voor hun onderzoek naar de stralingsfenomenen ontdekt door Henri Becquerel.”

1911 Nobelprijs voor scheikunde “Voor haar ontdekking van radium en polonium en voor haar studie naar de aard en samenstelling van deze opmerkelijke elementen.”