Johannes Gutenberg

De ontwikkeling die qua wetenschappelijk belang het dichts bij het numerieke stelsel komt

Johannes Gutenberg 1400-1468

Johannes Gutenberg werd geboren in de Duitse stad Mainz, waar hij een groot deel van zijn leven doorbracht. Hij kwam uit een familie van munters en metaalbewerkers, ideaal voor zijn opleiding als graveur en goudsmid. Dankzij deze opleiding kon hij de eerste afzonderlijke metalen lettervormen maken, matrices, die de kern waren van zijn drukarbeid. Handbediende blokdruk – het moeizame uitsnijden van hele bladzijden in een stuk hout, te reproduceren met behulp van verf – vond echter al tientallen jaren voor het optreden van deze uitvinder plaats.

Losse letters

Johannes Gutenberg vervolmaakte de gedachte om losse metalen letters in een tijdelijke zetting te plaatsen die kon worden ontmanteld of verplaatst wanneer een bladzijde tekst was voltooid en hergebruikt voor een nieuwe bladzijde. Vergeleken met het langzame insnijden in een houten blok dat maar één keer kon worden gebruikt, was deze methode om in theorie een oneindig aantal bladzijden te maken met een set metalen letters en andere tekens, samen met de snelheid waarmee een mal kon worden gemaakt, een reusachtige omwenteling, die het gedrukte woord zou verspreiding. Men neemt aan dat Gutenberg aan het eind van jaren dertig van de 15de eeuw begon te experimenteren met metalen lettergietsels, toen hij in Straatsburg woonde. Waarschijnlijk was het pas tussen 1444 en 1448 dat hij de drukpers met los zetsel vervolmaakte. Het staat vast dat hij in 1448,toen hij in Mainz terugkeerde, geld leende van een familielid, hoogst waarschijnlijk bestemd voor zijn drukkerij. De uitvinding zelf bestond uit een aangepaste wijnpers met onderop de plaat met metalen tekens, waarop een vel papier werd gelegd. De bovenkant de pers werd dan naar beneden gebracht om impressum te laten ontstaan. Het creëren van geschikte kleurstof was niet eenvoudig, maar men neemt aan dat Gutenberg de oplossing vond in een amalgaam van lijnolie en roet.

De 42 Relelige bijbel

Er zijn geen werken over met de naam van Johannes Gutenberg erin, maar het oudste drukwerk dat hem wordt toegeschreven, is een kalender voor het jaar 1448. Veel beroemder is de eerste bijbel die met los zetsel is gedrukt, waarvan 48 van de oorspronkelijke 200 exemplaren over zijn. Deze staat bekend als de ’42-regelige bijbel’ vanwege het aantal regels per bladzijde. Men neemt aan dat Gutenberg en zijn helpers deze exemplaren tussen 1450 en 1456 hebben gemaakt. In de laatste jaren van zijn leven werd hij financieel gesteund door de aartsbisschop van Mainz, waarschijnlijk uit erkentenis voor zijn baanbrekende werk. Er zijn overigens mensen die Gutenberg niet willen erkennen als uitvinder van het losse zetsel en beweren dat Laurens Janszoon Coster (ca. 1370-1440) die eer toekomt.Er is niet veel bekend over het leven van deze Haarlemmer en, net als bij Gutenberg, zijn er geen gedrukte fragmenten met zijn naam erop. Het hardnekkige verhaal gaat dat hij losse letters sneed in hout om zijn kleinkinderen te vermaken. Om de pret te vergroten gebruikte hij een verfstof waarmee woorden en zinnen op papier konden worden gestempeld. Toen besefte hij de mogelijkheden van deze losse letters. Coster was een blokdrukker en men neemt aan dat hij aanvankelijk de houten letters gebruikte om het drukproces te versnellen, waarschijnlijk door teksten te produceren met een combinatie van blokdruk en los zetsel. Het bewijs voor de theorie van de Coster-aanhangers is beperkt. Zelfs als ze waar is, is er nog de superieure kwaliteit van Gutenbergs metalen afgietsels en drukpers – die is bijna net zo belangrijk als het idee van losse letters zelf. Sommigen beweren dat de Chinezen in het begin van de 14de eeuw de boekdrukkunst hebben uitgevonden en gebruikmaakten van losse houten letters. Het is echter praktisch zeker dat Johannes Gutenberg zijn idee onafhankelijk heeft ontwikkeld en zich niet bewust was van eventuele soortgelijke ontdekkingen een eeuw eerder aan de andere kant van de wereld.

Verdere wapenfeiten

1420 Johannes Gutenberg verhuist van Mainz naar Straatsburg. 1450 Keert terug naar Mainz en begint een drukkerij die gebruikmaakt van losse letters. 1450-1456 Drukt een aantal boeken, een kalender en een pauselijke aflaatbrief. 1456 drukt zijn beroemde 42-regelige bijbel. 1465 Is hoveling van de aartsbisschop van Mainz

De ontwikkeling in de geschiedenis van de wetenschap die qua belang het dichtst in de buurt komt van het Arabisch-Indiase numerieke stelsel, is de uitvinding van de drukpers die gebruikmaakt van los zetsel. Al is die uitvinding op zichzelf geen wetenschappelijke prestatie, ze heeft zeer veel bijgedragen aan de revolutionaire wetenschappelijke vooruitgang in Europa door academici de kans te bieden hun kennis breed te verspreiden. Aan het eind van de 15de eeuw bestonden er al tienduizenden gedrukte boeken en pamfletten en was de weg bereid voor de ophanden zijnde uitbarsting van wetenschappelijke ideeën.