Hippocrates van Kos

Hippocrates van Kos

Zijn voorschriften hebben meer dan 2000 jaar later hun geldigheid behouden

Hippocrates van Kos ca. 460-377 v.C.

Veel van wat aan Hippocrates wordt toegeschreven, staat in het Corpus Hippocraticum, een verzameling van zestig tot zeventig medische teksten die werden geschreven aan het eind van de 5de en het begin van de 4de eeuw v.C. Algemeen wordt echter aangenomen dat Hippocrates zelf veel van deze werken niet geschreven kan hebben. Om die reden zijn exacte gegevens over zijn leven en verrichtingen onduidelijk. De teksten zijn geschreven in een eeuw tijd en variëren in stijl en betoogtrant. Men neemt aan dat ze afkomstig zijn van de medische school van Kos en wellicht bijeengebracht door de man aan wie ze later zijn toegeschreven. Hippocrates, die van Aristoteles de bijnaam de ‘Grote Geneesheer’ kreeg, wordt tegenwoordig meestal de ‘Vader van de Geneeskunde’ genoemd. Hoewel we weinig van zijn leven weten, heeft Hippocrates mede de grondslag gelegd voor de medische wetenschap en de ontwikkeling ervan, tot op de dag van vandaag, sterk beïnvloed.

Een nuchtere benadering

Voor Hippocrates waren ziekten en de behandeling ervan aardse aangelegenheden. Hij verwierp bijgeloof en spitste zich toe op het vastleggen en analyseren van de symptomen en het ziekteverloop. Centraal in de benadering van Hippocrates stond de prognose, deels met als oogmerk om in de toekomst de omstandigheden te kunnen vermijden die wellicht de oorspronkelijke problemen hadden veroorzaakt. Het was echter niet zo belangrijk om ingewikkelde behandelingen of geneesmiddelen te ontwikkelen. Wat door de natuur was veroorzaakt, moest, volgens Hippocrates, door de natuur worden genezen; rust, gezonde voeding, beweging, hygiëne en frisse lucht werden derhalve voorgeschreven ter behandeling en voorkoming van ziekten. ‘Wandelen is de beste medicijn; schreef Hippocrates.

De leer van de lichaamssappen

Hij beschouwde het lichaam als een eenheid, een geheel. Om gezond te blijven moest het natuurlijke evenwicht binnen deze eenheid bewaard blijven. Hij meende dat vier lichaamssappen’ dit evenwicht bepaalden: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Wanneer deze in gelijke hoeveelheid aanwezig waren, was een gezond lichaam het gevolg. Indien één element te overheersend werd, echter, zou ziekte optreden. De manier om het probleem te behandelen, bestond in het ondernemen van activiteiten of het nuttigen van voedingswaren die de andere sappen zouden stimuleren en tegelijkertijd het overheersende sap zouden beperken, om daarmee het evenwicht, en dus de gezondheid, te herstellen. Hoewel deze aanpak volgens de huidige medische normen een beetje onwetenschappelijk overkomt, was het feit alleen al dat Hippocrates zo’n natuurlijke, ‘aardse’ oplossing voorschreef, een grote vooruitgang. De idee van de lichaamssappen heeft het 2000 jaar volgehouden, ten minste tot aan de 17de eeuw en in sommige opzichten tot aan de 19de. Bovendien blijven zijn adviezen om gezond te eten en om te bewegen nog steeds het navolgen waard. Ook de door Hippocrates gebruikte taal houdt stand: letterlijk betekent `melancholiek”zwartgallig’, een te veel aan zwarte gal hebbend, terwijl iemand met te veel ‘flegma’ (Grieks voor ‘slijm’) ‘flegmatiek’ is.

De eed van Hippocrates

De kans bestaat dat het bekendste wapenfeit van Hippocrates niet eens van hem afkomstig is. De Eed van Hippocrates, waarschijnlijk opgeschreven door een van zijn volgelingen, is een korte tekst die een gedragscode behelst waaraan alle artsen zich voortaan moesten houden. Hij legt onder meer de ethische verantwoordelijkheden van de dokter jegens zijn patiënten vast en zijn geheimhoudingsplicht. De eed was een poging om de artsen in de hippocratische traditie te onderscheiden van de spirituele genezers uit die tijd. De duurzaamheid van de eed is zo groot dat personen die afstuderen in de geneeskunde hem zelfs nu nog plechtig moeten afleggen.

HET ERFGOED VAN HIPPOCRATES

Vóór Hippocrates was de geneeskunde praktisch onwetenschappelijk. Ziekte werd gezien als een straf van de goden, goddelijke tussenkomst kwam niet van het natuurlijke maar van het bovennatuurlijke. Daarom was ook de enige ‘behandeling’ afkomstig van het bovennatuurlijke: tovenarij, hekserij, bijgeloof of religieuze rituelen. Hippocrates ging hier regelrecht tegen in, met een overtuiging die zeer opmerkelijk was gezien de tijd waarin hij leefde. Zijn aanpak maakte het voordien irrationele rationeel en door zijn zienswijze trad de geneeskunde uit de duisternis. ‘Er bestaan in feite twee dingen, zei Hippocrates, ‘wetenschap en mening; de eerste brengt kennis voort, de laatste onwetendheid.’

Behalve het feit dat Hippocrates op Kos is geboren, waarschijnlijk rond de helft van de 5de eeuw v.C., weten we zo weinig over zijn leven dat jaartallen nauwelijks het vermelden waard zijn.

Author: Y Comak