Hoe ontstaat geluidsgolven?

Een geluidsgolf ontstaat als iets, vaste stof, een vloeistof of een gas gaat trillen.

Meestal is het een vaste stof. Het voorwerp beweegt heen en weer, het trilt. Het trekt en duwt tegen de deeltjes van de stof eromheen die ook uit van alles kan bestaan maar meest lucht is. Het trillende voorwerp perst de luchtmoleculen dichter op elkaar en rekt ze vervolgens verder uit. Deze moleculen duwen en trekken vervolgens aan degene ernaast en die doen weer hetzelfde. Dat gaat zo verder, waardoor de energiegolf zich verplaats. Een geluidsgolf is dus een reeks onzichtbare duw en trekbewegingen die de lucht doen rimpelen. Geluid plant zich voort door stoffen als de deeltjes waaruit die bestaan, atomen of atomen verenigd tot moleculen heen en weer bewegen. Ieder atoom of molecuul botst tegen een ander en keert dan terug naar zijn oorspronkelijke positie. De energie wordt van het ene deeltje op het andere overgedragen. Maar de atomen of moleculen zelf bewegen slecht over korte afstand vanuit hun centrale positie. Zo’n trilling bestaat dus uit gebieden van dicht op elkaar zittende deeltjes en verder uiteen zittende deeltjes, die zich als rimpels vanuit de bron voortplanten. In lucht zijn deze rimpels hoge en lagedrukgebieden. Telkens als de deeltjes tegen elkaar botsen verliest de golf een beetje energie. Naarmate de afstand tot de bron groter wordt, dooft de golf geleidelijk uit.