Drijven en zinken

Voor bewoners langs rivieren, meren en de kust is het altijd belangrijk geweest te weten of dingen op water blijven drijven of dat ze zinken. Waarschijnlijk was de Griekse uitvinder Archimedes de eerste die drijfvermogen met een wiskundige blik bekeek. Sindsdien gebruiken scheepsbouwers zijn ideëen over drijfvermogen.

Al duizenden jaren zoekt de mens steeds slimmere manieren om mens en materiaal over water te vervoeren. De grote Griekse filosoof Aristoteles was een oplettend observant. Hij merkte op dat boten die volgeladen op zee dreven, soms zonken als ze over een rivier zeilden. Omdat de dichtheid van zoetwater kleiner is dan die van zeewater, heeft zoet water minder drijfvermogen. Waarschijnlijk waren de eerste drijvende platformen gemaakt van houtblokken. Sommige culturen maakten quflas (rieten boten) of trokken dierenhuid over een frame om kleine vaartuigen als coracles te maken. Toen de Griekse wetenschapper en wiskundige Archimedes zag hoe zijn lichaam water uit bad verplaatste, riep hij volgens de overlevering ‘Eureka’ (ik heb het gevonden). Zijn inzicht in de relatie tussen gewicht, volume en water vormt de basis van de wet van Archimedes.

Er wordt veel moeite gedaan het aantal verdrinkingsdoden te verminderen. Kennis over dichtheid en drijfvermogen hebben hun weerslag in vormgeving van boten en leidden tot de ontwikkeling van reddingsvesten. Veel recreatievaartuigen hebben interne drijvende luchtkamers die voorkomen dat de boten zinken als ze door golven worden overspoeld. Reddingvesten hebben al heel wat levens gered door de drager boven water te houden. Reddingsvesten, of zwemvesten, zijn niet alleen standaard aanwezig op schepen, maar voor elke vliegtuigpassagier is er een. De reddingsvesten zijn zo ontworpen dat ze veilig zijn en gemakkelijk zijn aan te trekken.