Charles Babbage

Zijn apparaat ‘kon beter gebruikt worden om uit te rekenen wanneer het van nut zou zijn’

Charles Babbage 1791-1871

Toen Charles Babbage in 1871 stierf, dreef de Times de spot met hem, zijn werk was nauwelijks bekend bij het grote publiek en de enkeling die het kende had er meestal weinig waardering voor. Richard Sheepshanks, de felste criticus van Babbage, schreef in 1854 met onbewuste ironie dat we, voor al het publieke geld dat geïnvesteerd was in het werk van Babbage, ‘in elk geval een slim stukje speelgoed hadden moeten krijgen’. Het was allemaal zo mooi begonnen. Babbage studeerde in Cambridge, waar hij liet zien dat hij een briljant wiskundige was. In 1817 studeerde hij af en in 1822 begon hij met het bedenken van wat de eerste automatische rekenmachine ter wereld zou worden. Na een ontmoeting met de minister van Financiën in juni 1823 kreeg hij een subsidie van £1500 voor de verwezenlijking van zijn ontwerp, later bekend als de differentie-machine nr. 1. De bouw ervan zou de volgende tien jaar van zijn leven beheersen. De reden voor Babbage om zijn baanbrekende concept te ontwikkelen en zo hardnekkig door te gaan met de bouw ervan lag in zijn ergernis over het alternatief: boeken met wiskundige tabellen geschreven door teams van cijferaars om te helpen bij gecompliceerde berekeningen. Het was onvermijdelijk dat er door menselijke vergissingen fouten stonden in dat soort boeken. Babbage was een groot, bijna excentriek voorstander van het gebruik van machines voor wetenschappelijke berekeningen. Hij geloofde dat een mechanische aanpak van complexe berekeningen altijd exacte uitkomsten zou opleveren.

De analytische machine

In 1834 was het geduld van de regering op. Ironisch genoeg gebeurde dat juist toen – en voor een deel ook doordat – Babbage zijn belangrijkste idee bekendmaakte: de eerste programmeerbare computer, ofwel, in de woorden van Babbage, de analytische machine. Dit apparaat zou voor veel meer doeleinden kunnen worden gebruikt dan een gewone rekenmachine. Het was de bedoeling dat het zou werken met ‘programma’s’, die waren geschreven met behulp van ponskaarten, en het zou een ‘processor’ hebben om de instructies daarvan uit te voeren. Verder zou het een ‘geheugen’ bezitten om de resultaten op te slaan, en in nog veel meer opzichten lijken op moderne computers. Babbage vroeg de regering om extra geld om zijn nieuwe machine te kunnen bouwen, ook al was de differentiemachine nog niet af. Zijn argument was dat het goedkoper was om de analytische machine te bouwen dan om zijn eerste machine aan te passen. De regering was echter niet van plan om opnieuw zo’n kostbaar project te financieren – het had al £17.000 aan publieke fondsen opgeslokt. Babbage bleef aandringen op subsidie, tot eindelijk premier Robert Peel droog opmerkte dat zijn apparaat beter gebruikt kon worden om ‘uit te rekenen wanneer het van nut zou zijn’.

De differentiemachine nr. 2

In 1842 besloot de regering definitief te stoppen met de financiering van Babbages oorspronkelijke project (er was overigens al bijna een decennium niet meer aan gewerkt) en ook het nieuwe project zou niet worden gesubsidieerd. Babbage probeerde nog ruim tien jaar fondsen te vinden voor zijn analytische machine, maar die kwam nooit verder dan de ontwerpfase. Tegen die tijd had de wiskundige ook differentiemachine nr. 2 ontworpen, een veel eenvoudiger model, dat maar een fractie nodig had van de 25.000 delen van de eerste machine. Hij was met 2 m ook iets kleiner dan nr. 1, die 2,40 meter hoog was. Ook deze machine kwam echter door gebrek aan fondsen nooit verder dan de ontwerpfase. Ter gelegenheid van Babbages 200ste geboortedag in 1991 bouwde een team van het Science Museum in Londen een werkende replica van nr. 2, gebaseerd op de originele plannen van Babbage.

Verdere wapenfeiten

Babbage stichtte een aantal genootschappen, waaronder de Royal Astronomical Society in 1820. Hij leverde ook prestaties op het gebied van de algebra en was verantwoordelijk voor of speelde een rol bij tal van andere uitvindingen, van de snelheidsmeter en de koevanger tot de standaardspoorbreedte en uniforme posttarieven. Bovendien was Babbage de drijvende kracht achter een wet om de rechten van straatmuzikanten te beperken. Zijn Passages from the Life of a Philosopher (1864) bevat een uitwijding over het sociale kwaad van straatrumoer.

1815 Babbage is medeoprichter van de Analytical Society. 1823 Begint te werken aan zijn differentiemachine nr.1. 1828-1839 Lucasian Professor of Mathematics aan de Universiteit van Cambridge, een post die eerder werd vervuld door Isaac Newton en later door Stephen Hawking. 1833 Babbage moet het werk aan de differentiemachine staken wegens geldgebrek. 1991 Doron Swade en zijn team van het Science Museum in Londen voltooien een werkende nr.2, die nog steeds functioneert.