ATLAS met op zijn rug het hemelgewelf

De titan Atlas was een zoon van Iapetus en de nimf Clymene. Hij werd nadat de titanen door Zeus en zijn broers waren verslagen niet met zijn soortgenoten in de Tartarus gevangen gezet.

Bij wijze van bijzondere straf liet Zeus hem het hemelgewelf op zijn schouders torsen. Atlas verrichtte deze zware taak in de uiterste westhoek van de aan de Grieken bekende wereld, niet ver van de Straat van Gibraltar. De grote held Heracles reisde naar Atlas toen hij in het kader van zijn Twaalf werken de gouden appels van de Hesperiden moest halen. Deze appels waren door de aardgodin Gaia aan Hera geschonken toen Hera met Zeus in het huwelijk trad. Hera had ze in bewaring gegeven aan de Hesperiden, de dochters van Atlas. De appels lagen in hun tuin, waar ze werden bewaakt door de draak Ladon. Atlas deed zijn bezoeker een voorstel om Heracles een vervelend gevecht met de draak te besparen, wilde hij zelf wel de appels gaan halen. Heracles hoefde dan alleen het hemelgewelf maar even van hem over te nemen.

Heracles was hiervoor sterk genoeg en Atlas ging de tuin in. Toen hij met de appels terugkeerde suggereerde hij dat hij ze graag zelf wilde afleveren bij Heracles. Heracles deed of hij daarmee instemde maar vroeg Atlas het gewelf nog een ogenblik van hem over te nemen, zodat hij een kussen op zijn pijnlijk geworden schouder kon leggen. De goedmoedige Atlas willigde dit verzoek in en bleef eeuwig zuchten onder zijn verschrikkelijke last.