Aristoteles

Aristoteles

Aan de ideeën van Aristoteles is lang een
welhaast goddelijk gezag toegekend

Aristoteles ca. 384-322 v.C.

Het natuurkundige en kosmologische werk van Aristoteles heeft het westerse denken beheerst tot de tijd van Galileo Galilei en Isaac Newton, toen werd bewezen dat veel ervan onjuist was. Hij begon met de algemeen aanvaarde Griekse gedachte dat alles bestond uit een van de vier elementen: aarde, water, lucht of vuur.

De vier elementen

Hij aanvaardde ook de gedachte dat de aarde het middelpunt van het heelal was. De maan,planeten, de zon en de sterren cirkelden alle de aarde heen. Hij meende dat de vier elementen altijd op zoek waren naar hun ‘natuurlijke plaats’. Daarom valt een steen op de grond zo gauw obstakel is verwijderd – want ‘aardse’ elementen, die compacter en zwaarder zijn, proberen van nature omlaag te bewegen, naar het middelpunt van de aarde. Waterelementen drijven over oppervlak, lucht stijgt daarbovenuit en vuur tracht boven alles uit te stijgen, wat de opwaartse beweging van vlammen verklaart. Op dezelfde manier kon Aristoteles verklaren waarom een weggeworpen steen eerst door de lucht gaat voor — zich omlaag richt, en niet meteen omlaag naar aarde gaat, zoals men zou verwachten. Dit doordat de lucht, die het gat wil dichten dat wordt veroorzaakt door het binnendringen van de de steen, de steen voortdrijft tot hij zijn horizontale snelheid kwijt is en naar de grond valt.

Het vijfde element

Aristoteles stuitte echter op een probleem. De idee dat alles streefde naar zijn ‘natuurlijke plaats’ paste niet bij zijn opvatting van de rest van de kosmos, die gelijkmatig rondbewoog, zonder de verstoringen, het geduw en gestoot van aardse elementen (anders zouden de planeten en de sterren naar de aarde, in het midden van het heelal, vallen). Ter verklaring voegde hij een vijfde element toe, ‘ether’, dat van nature een cirkelbeweging uitoefende. Alles voorbij de maan werd geregeld door de ether, wat zijn volmaakte beweging en stabiliteit verklaarde, terwijl alles ander de maan onderworpen was aan de wetten van de overige vier elementen. Voor een modern publiek klinkt dit misschien vergezocht, maar het is 2000 jaar lang in brede kring geaccepteerd. Zo heeft deze verklaring een blijvende invloed gehad op de ontwikkeling van het wetenschappelijke denken, al was het maar door de voortgang ervan te vertragen vanwege de onvoorwaardelijke aanvaarding van de wetten van Aristoteles. Op andere terreinen waren zijn opvattingen correcter. Hij zette bijvoorbeeld de mening van Pythagoras kracht bij dat de aarde een bol was. Elke keer dat er een maansverduistering was, merkte hij op dat er een boogvormige schaduw op de maan werd geworpen, wat klopt als de aarde een bol is. Ook merkte hij op dat wanneer men noord- of zuidwaarts reisde, de sterren aan de horizon ‘bewogen’ tot sommige zelfs uit het zicht verdwenen. Ook dit kwam overeen met het idee van de aarde als een bolvormige planeet.

Biologie

Op biologisch gebied zat Aristoteles er soms naast; zo meende hij dat het hart, niet de hersenen, de zetel was van de geest. In overeenstemming met zijn empirische benadering heeft hij dankzij gedetailleerd onderzoek enkele mythen uit de wereld geholpen, bijvoorbeeld dat een embryo wordt gevormd op het moment van de bevruchting en dat het geslacht van een dier wordt bepaald door zijn positie in de baarmoeder.
Aristoteles was een van de eersten die een poging deden tot methodische classificering van dieren, waarbij hij onderscheid maakte tussen levendbarende dieren en eierleggende dieren, een voorloper van de moderne taxonomie.

Het erfgoed van Aristoteles

Anders dan zijn leermeester Plato meende Aristoteles dat men veel kon leren van het observeren van de natuur. Hij paste deze benadering toe op allerlei terreinen, om de bestaande kennis te bekrachtigen, te verwerpen of om iets toe te voegen aan wat al bekend was op het gebied van natuurkunde, filosofie, astronomie en biologie. Hoewel hij bijna twintig jaar aan Plato’s Academie studeerde, stonden

367 v.C. Aristoteles treedt toe tot de Academie van Plato in Athene.
347 v.C. Na de dood van Plato verlaat hij de Academie en gaat naar Lesbos. 342 v.C. Wordt leraar van de jonge Alexander de Grote in Macedonië. 335 v.C. Keert terug naar Athene en sticht zijn eigen school, het Lyceum. 323 v.C. Beschuldigd van goddeloosheid; keert terug naar Chalcis, waar hij het volgende jaar sterft.

Author: Y Comak