De apollovlinder

De apollovlinder komt oorspronkelijk uit de dalen van het Himalayagebergte.

Hij komt oorspronkelijk uit de dalen van het Himalayagebergte. Hij komt voor op hoogten van 600 tot 6000 meter, in Europa bijvoorbeeld in de Alpen. De apollovlinder bezoekt bloemen waar hij de nectar uit zuigt. Hij heeft voorkeur voor violetkleurige bloemen als de distel en het knoopkruid. De rups leeft op vetkruid en muurpeper. De apollovlinder is met uitsterven bedreigd en daarom een beschermde soort.

Bijna alle vlinders zuigen met hun lange roltong plantensap op. Ze behoren tot de mooiste en kleurrijkste insecten. Hun intense kleur ontstaat door de kleurrijke schubben op hun vleugels. Veel vlinders krijgen we nauwelijks te zien, want die vliegen bijna alleen maar ‘s nachts. De nachtvlinders zijn logger en meestal minder opvallend van kleur.