Antoine Lavoisier

Antoine Lavoisier

Antoine Lavoisier, de belangrijkste Franse wetenschapper van zijn tijd, eindigde onder de guillotine

Antoine Lavoisier 1743-1794

Hoewel anderen wellicht ook voor de titel in aanmerking komen, wordt de Fransman Antoine Lavoisier door de meesten beschouwd als de enige echte grondlegger van de moderne scheikunde. Weliswaar verrichtte hij vaak soortgelijk onderzoek als Henry Cavendish (1731-1810), Joseph Priestley (1733-1804) en Karl Scheele (1742-1786), maar door de interpretatie van zijn bevindingen onderscheidde Lavoisier zich. Zijn conclusies leidden ertoe dat de scheikunde zodanig werd geherstructureerd dat de fundamenten voor de moderne tijd werden gelegd, te vergelijken met wat Isaac Newton (1642
1727) deed voor de natuurkunde. Men zou verwachten dat hij daarom veel lauweren en huldeblijken zou ontvangen van zijn landgenoten. Maar ze hakten zijn hoofd af.

Behoud van massa

In het begin hield Lavoisier zich bezig met experimenten betreffende het gewichtsverlies of de gewichtstoename bij verhitting van een stof. Door bijvoorbeeld lood of fosfor in een gesloten vat te verbranden en het gewicht voor en na het verhitten nauwkeurig te meten, bemerkte hij dat er bij de verbranding volstrekt geen sprake was van gewichtstoename of -verlies. Dit leidde uiteindelijk tot zijn wet van behoud van massa. Lavoisier opperde dat de materie bij verhitting werd herschikt en dat er niets werd toegevoegd of vernietigd, vandaar het gelijke gewicht voor en na de verhitting. Dit alleen al zette vraagtekens bij de ‘flogistontheorie’, het gangbare geloof dat elk brandbaar materiaal een mysterieus element bevatte dat vrijkwam (en verloren ging) bij verbranding.

Verbrandingstheorie

Hoewel de totale massa van het vat gelijk bleef bij de experimenten van Lavoisier, deed hij de interessante ontdekking dat de verhitte vaste stoffen in gewicht konden toenemen. Dit nam hij bijvoorbeeld waar in 1772 toen hij fosfor en zwavel verbrandde. De enige logische conclusie was dat de gewichtstoename werd veroorzaakt door een soort combinatie met de lucht in het vat. Deze gedachte werd versterkt toen Lavoisier in 1774 Joseph Priestley ontmoette in Parijs en de laatste hem vertelde van zijn ontdekking van `gedeflogistiseerde’ lucht. Priestley had het belang van dit nieuwe gas niet herkend door zijn geloof in de flogistontheorie. Lavoisier herhaalde de experimenten van de Engelsman om te zien of deze lucht de bron was van de gewichtstoename van bepaalde vaste stoffen bij verhitting. In 1778 was hij tot de conclusie gekomen dat de gedeflogistiseerde lucht van Priestley niet alleen het gas uit de atmosfeer was dat zich combineerde met de stof, maar bovendien dat het essentieel was om de verbranding überhaupt te laten plaatsvinden. Hij hernoemde het tot oxygène (Grieks voor ‘zuurvoortbrenger’) omdat hij ten onrechte meende dat het element ook aanwezig was bij de vorming van alle zuren. Tevens bespeurde hij een andere belangrijke component van lucht, het gas stikstof, dat hij azote noemde.

Moderne scheikunde

Lavoisier vatte zijn nieuwe bevindingen over de scheikunde in 1789 samen in zijn boek Traité élémentaire de chimie ofwel Elementaire verhandeling over de scheikunde, dat het einde betekende van de flogistontheorie en het begin van de moderne scheikunde. Lavoisier was nu ook tot de conclusie gekomen dat zuurstof essentieel was voor de ademhaling, waarbij het gas eenzelfde rol speelde in het lichaam als bij de verbranding van koolstof, en aan de basis stond van al het dierlijke leven. Verder bevatte het boek een lijst met alle bekende elementen. Deze lijst vormde de grondslag voor de benoeming van chemische verbindingen zoals we die nog steeds kennen. Eén zo’n verbinding had Lavoisier al omschreven in 1783: water was een combinatie van waterstof en zuurstof. Omdat hij wordt gezien als de vader van de moderne scheikunde, leeft Lavoisier voort in de titel van het moderne nomenclatuursysteem.

Een ongelukkig einde

De ongelooflijk belangrijke wetenschappelijk prestaties van Lavoisier waren niet genoeg om zijn leven te redden in de nasleep van de Franse Revolutie van 1789. Lavoisier was een prominente figuur in het Franse openbare leven en beheerde een een bureau dat belastingen inde. Dergelijke personen werden beschouwd als vijanden van de Revolutie. De vooraanstaande revolutionaire leider Marat, die een wetenschappelijke carrière had geambieerd en daarbij kritiek had ondervonden van Lavoisier, gebruikte dit als excuus om hem te berechten. Dit bracht hem uiteindelijk onder de guillotine. Een tragisch einde aan het leven van een groot geleerde.

1784 Lavoisier maakt in Parijs kennis met de Engelse scheikundige Joseph Priestley. 1788 Geeft zuurstof zijn wetenschappelijke naam. 1789 Traité élémentaire de chimie gepubliceerd. 1794 Lavoisier geguillotineerd in Parijs.

Author: Y Comak